|
|
|
Registros recuperados: 18 | |
|
|
Beringen, Ruud; Dirkse, Gerard M.; Moorsel, René C.M.J. van. |
In 2005 is Gouden ribzaad (Chaerophyllum aureum) op drie verschillende locaties (in vier km-hokken) binnen Nederland vastgesteld. Gouden ribzaad is op twee plaatsen waarschijnlijk al 20 jaar aanwezig. Door de gelijkenis met Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris), Knolribzaad (C. bulbosum) en Dolle kervel (C. temulum) en het feit dat de soort tot voor kort niet in Nederlandse determinatiewerken werd genoemd, is Gouden ribzaad niet eerder opgemerkt. Bij het nalopen van de collectie van het Nationaal Herbarium Nederland in Leiden op ‘verborgen’ exemplaren van C. aureum werd geen oud materiaal van deze soort aangetroffen, maar wel een exemplaar van C. hirsutum. In 2005, Golden Chervil (Chaerophyllum aureum) was recorded at three sites (in four km-squares) in the... |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 2005 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/526426 |
| |
|
|
Holverda, Wout; Moorsel, René C.M.J. van; Slikke , Wout van der. |
Two new localities of Luronium natans and a new locality of Apium repens is good news from a European perspective. Potamogeton filiformis is a new indigenous species, which has been recorded from the island of Texel. Valerianella rimosa has been rediscovered. As in previous years, the number of new records of rare fern species is striking. A few marginal species have expanded (Bupleurum falcatum, Carex laevigata, Calepina irregularis, Chondrilla juncea), while others indicate interesting floristic developments in areas like the borders of the Veluwemeer (with Anchusa ochroleuca, Carex flava, Carex pulicaris, Schoenoplectus pungens, Vulpia fasciculata, Vulpia membranacea) and the National Park ‘De Biesbosch’ (with Carex strigosa, Cirsium oleraceum,... |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 2003 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/528681 |
| |
|
| |
|
|
Groot, Jaap; Moorsel, René C.M.J. van. |
Knolvossestaart ( Alopecurus bulbosus Gouan) is de afgelopen decennia sterk achteruit gegaan. De Atlas van de Nederlandse Flora vermeldt een achteruitgang van 116 naar 61 uurhokken. FLORBASE-1, met daarin de gegevens uit de periode 1975 tot en met 1993, vermeldt de soort voor 31 uurhokken waaronder slechts 1 vindplaats in Noord-Holland, namelijk op Texel. Aanleiding voor het onderzoek naar de recente verspreiding zijn de 2 recente vondsten uit 1994 bij Groet, waarvan 1 tijdens het daar gehouden FLORON-kamp. |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 1996 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/527626 |
| |
|
|
Moorsel, René C.M.J. van; Odé, Baudewijn. |
Het onderscheid tussen Echt waterlepeltje¹ ( Ludwigia palustris) en Waterpostelein (Lythrum portula) levert in het veld soms problemen op. Beide soorten groeien langs oevers en in natte pioniersituaties en kunnen daar soms zelfs door elkaar groeien. Met de Heukels’ Flora van Nederland² kunnen aan de hand van bloem- of vruchtkenmerken exemplaren op naam worden gebracht. Voor het onderscheid tussen Lythrum portula en Ludwigia palustris zijn deze kenmerken echter niet nodig, aangezien de blad vorm van beide soorten heel kenmerkend is. In dit vergeet-mij-nietje willen we een aantal verwante soorten uit de geslachten Lythrum en Ludwigia presenteren die met elkaar verward kunnen worden. Het gaat om zeldzame soorten, die al dan niet nieuw zijn voor Nederland of —... |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 2002 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/527536 |
| |
|
|
Tamis, Wil L.M.; Duistermaat, Leni H.; Moorsel, René C.M.J. van; Kruijer, Hans J.D.; Roos, Marco C.. |
In 1995 verscheen een hoofdstuk in het boek ‘Biodiversiteit in Nederland’ over het uitsterven van plantensoorten in Nederland van de hand van Ruud van der Meijden en Jacqueline Gillis. Vanaf 1840 was het totaal aantal verdwijningen toen 73 en het aantal terugvondsten 14. Zij stelden voorts vast dat vanaf 1920 het aantal verdwijningen van plantensoorten ongeveer constant is: ca. 20 in de 20 jaar. Ook vonden zij dat de kans op uitsterven het grootst was voor soorten met een voorpost- of marginaal areaal. Na 15 jaar is de stand van zaken van het verdwijnen en (weer) verschijnen van plantensoorten in Nederland opnieuw beoordeeld. Vanaf 1900 is het totaal aantal verdwijningen 83 en het aantal terugvondsten 41. Verschillen met de resultaten van Van der Meijden... |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 2009 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/527442 |
| |
|
| |
|
|
Odé, Baudewijn; Moorsel, René C.M.J. van. |
Volgens de Heukels’ Flora¹ komen er in Nederland twee soorten van het geslacht Schoenoplectus voor met een driekantige stengel: S. triqueter (L.) Palla (Driekantige bies) en S. pungens (Vahl) Palla (Stekende bies). Een derde driekantige soort is tot voor kort alleen adventief gevonden: S. mucronatus (L.) Palla. Van de volgende adventiefvondsten is herbariummateriaal in het NHN gearchiveerd: Gorichem 1915: aanvoerterrein met afval van meelfabriek, Amsterdam 1968: Oostelijke Handelshaven en Eindhoven 1985: kaalslag van een voormalige tabaksfabriek. Vrij recent is de S. mucronatus echter ook aangetroffen in het Gooi en in de Reuselse Moeren; op beide terreinen is natuurbouw gepleegd en is van uitplanten of uitzaaien geen sprake geweest. Waarschijnlijk betreft... |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 2001 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/526820 |
| |
|
| |
|
|
Moorsel, René C.M.J. van; Janssen, John A.M.; Zonderland, Arjan. |
Terschelling. Het areaal van deze soort is beperkt tot Noordwest-Europa (Ierland, Groot-Brittanië, Nederland, België en Noordwest-Frankrijk). In dit artikel worden eerdere vondsten van deze soort kort gememoreerd. De verschillen met de twee andere Nederlandse Zeekraal-soorten worden besproken, waarbij ook wordt ingegaan op de wijze waarop de zaden van S. pusilla worden verspreid. Op 25 september 2011 gemaakte vegetatieopnamen laten zien dat de begroeiing gerekend kan worden tot het Puccinellion maritimae en wel tot het Puccinellietum maritimae (opname 1 en 2), het PlantaginiLimonietum (opname 3 tot en met 6) en het Halimionetum portulacoides (opname 7). In Ierland, Engeland en Frankrijk wordt de soort in vegetaties met vergelijkbare soortensamenstellingen... |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 2012 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/526505 |
| |
|
| |
|
| |
|
|
Holverda, Wout; Moorsel, René C.M.J. van; Duistermaat, Leni H.. |
Op 27 april 2007 overleed onze dierbare collega en NHN-staflid Ruud van der Meijden, sinds vele jaren auteur van de ‘Lijst van zeldzame planten’. Zijn plaats bij het samenstellen van deze publicatie zal worden ingenomen door degene die ook zijn werk aan de Heukels’ Flora van Nederland zal voortzetten, Leni Duistermaat. Overigens bespeuren de bewerkers van de lijst een steeds grotere onbalans tussen vondsten die stoelen op herbariummateriaal (en meldingskaartjes) en digitaal aangeleverde bestanden. Dit heeft verregaande consequenties voor wat betreft de controleerbaarheid en voor de actualiteit. Bovendien constateren de auteurs dat er in toenemende mate belangstelling is ontstaan voor geürbaniseerde tuinplanten. De aanvoerroutes, tuincentra, inzaai en... |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 2009 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/527665 |
| |
|
| |
|
|
Odé, Baudewijn; Beringen, Ruud; Moorsel, René C.M.J. van. |
In the Netherlands, Callitriche truncata was not recognised untill July 1998; untill October of the same year it was found on 27 localities, all situated in SW. Netherlands, typically in “pre-bank” habitats (shallow water areas of up to some tens of meters wide between the stony protection of the bank and the actual bank itself). There are some indications that the species established itself already in 1990. As all material posessed rather long-pedunculate fruits, and such fruits also occur in British, Belgian and Portugese material, we do not recognise “subsp. occidentalis”. |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 1998 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/527478 |
| |
|
|
Moorsel, René C.M.J. van; Bruinsma, John (J.H.P.). |
Veronica acinifolia was first found in the Netherlands in a tree nursery near Sint-Oedenrode, Prov. of Noord-Brabant, in 2001. Some 300-400 plants were present. It is very likely that the species came along with the seedlings or young trees that were planted in the nursery. If so, the population of V. acinifolia has survived at the nursery during ten seasons. At this site, the species is mainly accompanied by annuals. Soil and growing conditions are much the same as described for southern Germany. In this paper, Veronica acinifolia is compared with V. praecox and V. persica, and diagnostic features are given. |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 2002 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/527623 |
| |
|
|
Moorsel, René C.M.J. van; Odé, Baudewijn. |
Determinatie van schermbloemigen levert vaak problemen op als bloemen of vruchten ontbreken. Zo ook bij drie algemene soorten van oevers en moerassen: Apium nodiflorum (Groot moerasscherm), Berula erecta (Kleine watereppe) en Sium latifolium (Grote watereppe). Deze soorten kunnen naast elkaar voorkomen, maar staan lang niet altijd in bloei en hebben een belangrijk deel van het groeiseizoen enkelvoudig geveerde bladen. Apium heeft altijd enkelvoudig geveerde bladen; Berula en Sium zijn zeer variabel wat hun bladvorm betreft, met meervoudig geveerde ondergedoken voorjaarsbladen en enkelvoudig geveerde luchtbladen. Een extra kenmerk voor het onderscheiden van Apium, Berula en Sium is het aantal dwarsschotjes in de bladsteel van de onderste (lucht)bladen. Deze... |
Tipo: Article / Letter to the editor |
|
Ano: 2000 |
URL: http://www.repository.naturalis.nl/record/528166 |
| |
Registros recuperados: 18 | |
|
|
|